ELAN Zuidoost Friesland

Natte dooradering

Het netwerk van verbonden van sloten beken, kreken, moerasjes, rietlandjes en plasdras gebiedjes wordt in het agrarisch natuurbeheer ‘Natte dooradering’ genoemd. Het (gras)land naast dit water is vaak vochtig tot nat, met een hoge grondwaterstand. Zodat het leefgebied ideaal is voor een kruidenrijk en niet te dicht gewas.

(Ringslang, foto Saxifraga-Bart Vastenhouw)

Belangrijke soorten als vissen, libellen, amfibieën en (water) vogels voelen zich daar prima in thuis. Vissen hebben bijvoorbeeld niet alleen kwalitatief goed water nodig, maar zijn ook afhankelijk van water met niet te veel onderwatervegetatie, zoals planten en riet. Daarentegen floreren libellen en amfibieën juist bij bermen met planten. Voor diersoorten is een goede aaneensluiting van de leefgebieden van Droge- en Natte Dooradering ideaal. Het beheer van de boeren is hier op gericht.

Beken en sloten vormen een netwerk van waterrijke plaatsen. In het beheer is de rand van water en land belangrijk, naast het bodemleven. 

Over het beheer van 'Natte dooradering'

Bermen en waterranden

  • Langs de sloten wordt een (kunst)mestvrije rand van 5 meter aangehouden zodat er meer soorten gras groeien (verschralen) 
  • De twee meter van de rand die het dichtst bij de sloot ligt mag jaarlijks niet vóór 15 juni gemaaid worden, in verband met broedende vogels en om als foerageergebied te dienen.

Sloten, beken

  • De sloot wordt geschoond/ gehekkeld tussen 15 juni en 1 december. Riet en planten worden er uit gehaald.
  • Daarbij  wordt jaarlijks maar 50-80% van de sloot geschoond.