Begin mei wordt op veel bedrijven de eerste snee gras gemaaid. Dit is ook de periode dat er weidevogels in het land kunnen broeden of hun jongen grootbrengen. Daarom is er juist in déze periode extra veel aandacht nodig tijdens het maaien. Ten eerste om nesten te beschermen en ten tweede om te zorgen dat er dekking aanwezig blijft voor de jonge vogels. Door niet alle percelen in één keer te maaien ontstaat er een zogenaamd mozaïek van ongemaaide en gemaaide percelen. Dit is dus van levensbelang voor weidevogels en hun kuikens.
Mozaïekbeheer
Als maaien écht nodig is, zorgt mozaïekbeheer dat alle noodzakelijke functies behouden blijven totdat de laatste kuikens vliegvlug zijn. Maai daarom in het broedseizoen slechts beperkt en nooit in één keer grote oppervlakten. Deze manier van maaien leidt tot een mozaïek van verschillende van ongemaaide en gemaaiden percelen in verschillende hergroeistadia. In de beste weidevogelgebieden wordt niet meer dan 40% van de oppervlakte gemaaid voor 15 juni.
Als er nog nesten en/of kuikens in een te maaien perceel zitten, is het aan te bevelen het maaien (verder) uit te stellen. Dit kan door last-minute beheer. In een laat voorjaar kan het raadzaam zijn enkele percelen misschien eerder, onder mindere omstandigheden, te maaien om er zorg voor te dragen dat het maaien van legselbeheer- en 1 juni-percelen niet samenvallen. Dit is echter een zeer riskante strategie, dus neem alle voorzorgsmaatregelen: kiest eerst percelen waar geen vogels broeden en/of kuikens lopen en pas verder altijd nest- en kuikenbescherming toe.
Maaien
De maaiwijze bepaalt de kans voor weidevogelkuikens en nog niet gevonden nesten om het maaien zelf te overleven. Moet er tóch gemaaid worden, stem de maaiwijze dan af op de weidevogels die op het perceel aanwezig (kunnen) zijn.